Selenicereus glaber

Selenicereus glaber
(Eichl)Aria&Kor


◊ Phytotaxa 327(1):25 (2017)
◊◊ Cereus glaber Eichl - Monatschr. Kakteenk. 20:150 (1910)
Werckleocereus glaber (Eichl)Br&R - Addisonia 2:13 (1917)
Weberocereus glaber - (Eichl)Rowl - NCSJ 37(2):46 (1982)

- Leden driekantig, lichtgroen, berijpt, licht concaaf, 2,5-3,5 cm doorsnede, met luchtwortels. Areolen klein, 3-4 cm uiteen, vilt zwart, later wit. Doorns 1-3, 1-3 mm lang, créme tot bruin. Bloem 11-14 cm lang, 10-15 cm doorsnede, geurend. Buitenste bloembladeren ambergroen. Receptaculum 5-6,5 cm lang, groen, onderaan geelgroen. Ovarium en receptaculum met vlakke podaria, zwartbruine wol en haren en witte tot zwartbruine doorns tot 1 cm lang. Buitenste bloembladeren groengeel tot diep créme, binnenste bloembladeren créme. Meeldraden créme, helmknoppen geel. Stijl créme, stempels geelachtig. Vrucht 7 cm lang, 6,2 cm doorsnede, lichtgeel, geurend, met wol en doorns. Zaad 1,8x1,1x0,8 mm, bruinzwart.

- Mexico: Chiapas; Guatemala: Sacatepéquez, Suchitepéquez, Chimaltenango, Quinche; El Salvador: Ahuachapan, Cerro Montecristo, 800-2100 m.

Cact. 2:216, plate 39
Backeberg 2:774
Icones. Pl. Succ. 53:224-226" (1981)
Kew. Mag. 2(4):341 (1985)
CSJ(USA) 53(5):224'
Bravo 1:484', 485"
EPIG 6(3):72; 10(2):48
Cact. Syst. Init. 17:50
NCL 279"