Disocactus crenatus
(Lindl)Cruz&Arias


◊ Willdenowia 46:157 (2016)
◊◊ Cereus crenatus Lindl - in: Edwards's Bot. Reg. 30 pl 31 (1844)
Phyllocactus crenatus (Lindl)Lem - Hort. Univ. 6:87 (1845)
Phyllocactus crenatus (Lindl)Walp - in: Rep. Bot. Syst. 5:820 (1846)
Phyllocactus caulorhizus Lem - Jard. fleur. 1: Misc. 6 (1851)
Epiphyllum crenatum (Lindl)GDon - in: Loudon, Encycl. Pl. 3:1378 (1855)
Epiphyllum caulorhizum (Lem)GDon - in: Loudon, Encycl. Pl. 3:1380 (1855)

- Oude stammen rond en verhout. Leden blauwgroen, vrij stijf, tot 50 cm lang en 3,5 cm breed, 2-3 cm breed, eerst opgericht, met diepe insnijdingen en dikke middennerf. Areolen aan de basis vaak met borstels en haren. Dagbloeier (?). Bloem 18-29 cm lang, 10-20 doorsnede, sterk geurend. Ovarium met 2 cm lange schubben. Receptaculum 10-12 cm lang, dun, kantig, met lineaire schubben tot 3 cm lang. Buitenste bloembladeren 6 cm lang, lichtgeel. Binnenste bloembladeren wit. Meeldraden geel. Stijl wit. Vrucht rood. Pulpa rood.

- Mexico: Oaxaca, Chiapas, Tabasco, Veracruz; Honduras: Francisco Morazán; Guatemala: Baja Verapaz, Quiché, Sacatepéquez; El Salvador: Ahuachapan, 1300-2500 m.

Edwards's Bot. Reg. 30: t 31 (1844)
Cact. 4: 190" (E. caulorhizum)
Cact. 4:192, 193"
Frst&Rmpl 844
Frst&Rmpl 845 (E. caulorhizum)
Ep. Hb. 142"
Backeberg 2:747
Backeberg 2:749 (E. caulorhizum)
KuaS 21(12):234 (E. caulorhizum)
KuaS 24(9):195"
Epiphytes 10-36:83"
Bravo 1:488, 491, 492, 494" Cact. Syst. Init. 17:27
Succulenta 67(11):245'
Cact. Syst. Init. 17:27 (2003)
NCL 104"
EPIG 10(1):14"; 10(2):48, 72:12-14"