Disocactus macdougallii
(Alex)Barth


◊ Bradleya 9:88 (1991)
◊◊ Lobeira macdougallii Alex - CSJ(USA) 16:177
Nopalxochia macdougallii (Alex)Marsh - Cactus 4:6 (1946)
Nopalxochia macdougallii (Alex)Bravo - CSMex 17:119 (comb. nov. superfl.) (1972)
Heliocereus macdougallii (Alex)Doweld - Sukkulenty 4(1-2):42 (2002)

- Struiken tot 2 m lang en 1,5 m breed. Leden 15-45 cm lang, 2-5 cm breed. Areolen met wol. Bloem 8 cm lang, 6,5 cm doorsnee, trechtervormig, roze. Ovarium met enig vilt en wat borsteldoorns, 1 cm lang, schubben 1 mm lang. Receptaculum sterk gegroefd, 3,5 cm lang, 1 cm doorsnede, bovenste schubben 5 mm lang. Perianth even lang als receptaculum. Bloembladeren gedeeltelijk naar buiten gebogen, 3-3,5 cm lang. Meeldraden wit. Stempel wit, veel langer dan meeldraden. Vrucht ellipsoïde, groen, geribd, 3,5 cm lang, 2,8 cm doorsnede, met lichtbruine viltige areolen, 1-2 mm doorsnede. Zaad 2,5-3 mm doorsnede, zwart.

- Mexico: omgeving San Cristóbal (Chiapas), 1800-3000 m, in nevelwoud en eiken-dennenbos.
CITES app I.

Backeberg 2:738"
CSJ(USA) 17:78; 20:151; 53(2):85'
Ashingtonia 1(2):11'
Ep. Hb. 130"
Cactus 4:6 (1946)
Bravo 1:508, 515", 516"
KuaS 41():45, 76
EPIG 8(3): 71-83"; 67:1", 27-32"; 73:9, 10"
Cact. Syst. Init. 17:17 (2003)