Lepismium paranganiense Lepismium paranganiense

Pfeiffera paranganiensis
(Card)Heath


◊ Calyx 4(4):158 (1994)
◊◊ Acanthorhipsalis paranganiensis Card - Cactus 34(7):126 (1952)
Rhipsalis paranganiensis (Card)Kimn - CSJ(USA) 55(4):181 (1983)
Lepismium paranganiense (Card)Barth - Bradleya 5:99 (1987)

- Eerst rechtop, later hangend, groen. Stam 1,2 cm doorsnede. Leden vlak of drie- tot vierkantig, ondiep ingesneden, met scherpe rand. Areolen 2,5-4 cm uiteen, met een 1 mm lang schubje. Doorns 1-4, geelbruin, waarvan twee dunnere gebogen en 4-5 mm lang, de andere een of twee recht en 7-10 mm lang. Bloem apicaal, tot 2 cm lang, crèmewit met rode vleug. Receptaculum vijfkantig, 6-7 mm lang, bovenaan met spitse schubjes en korte doorntjes. Meeldraden geel. Stamper crème. Vrucht 8 mm lang, 10 mm doorsnede, groenachtig bruingeel. Zaad met zeer scheef hilum, 1,8x1x0,5 mm, donker roodbruin.

- Bolivië: Parangani (Cochabamba), 2600 m; Ayopaya, 2600 m; Inquisivi (La Paz), 2000 m, elders tot 3000 m. Epifytisch en terrestrisch. Bloeitijd augustus.

Backeberg 2:700"
CSJ(USA) 51:90; 55(4):177-182, 56(6):210'
Bradleya 5:97-100; 13:46; 18:12
KuaS 49(1):2"
Succulenta 66(2):27; 77(1):14; 97(5):238"
Bradleya 18:12
NCL 233"