Rhipsalis trigona

Rhipsalis trigona
Pfeiff


◊◊ Enum. Cact. 133 (1837)
Hariota trigona Küntze - Rev. Gen. Plant. 1:263 (1891)
Rhipsalis trigonoidea Hoehne - Rest. Hist. Secc. Bot. Agron. Inst. Biol. S. Paulo 147 (1937)
Lepismium trigonum (Pfeiff)Backbg - Backeberg 2:697" (1959)

- Struikachtig, hangend, rijk vertakt, tot 2 m en langer. Leden dichotoom vertakkend of in drie- tot viertallige kransen, driekantig, 3-10 cm lang, tot 1,5 cm doorsnede, groen, min of meer gedraaid, kanten zwak gekerfd. Areolen min of meer verzonken, klein, met weinig vilt, bij bloei meer vilt en vaak een klein gebogen doorntje. Schubjes klein. Bloem wit tot roze. Meeldraden wit, helmknoppen geel. Vrucht rood, rond, 0,8-1 cm doorsnede.

- Brazilië: São Paulo, Rio de Janeiro, Paraná, Santa Catarina, kustwouden tot 800 m.

Cact. 4:237, plate 30
Frst&Rmpl 884
Backeberg 2:697"
KuaS 13(5):68"
Bradleya 13:54, 55"
NCL 257"
EPIG 79:13